Ons programma 2006-2012

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 trok Groen! Aartselaar in kartel met sp.a en Spirt naar de kiezer. Het verkiezingsprogramma van toen vormt de leidraad voor het werk van de twee verkozenen van het kartel in de gemeenteraad. Hieronder vindt u de krachtlijnen van dit programma terug. Om de activiteiten van onze mensen in de gemeenteraad te volgen kan u regelmatig een kijkje nemen op deze website of op www.aartselaar.be (verslagen te vinden onder onder 'Gemeentebestuur').

1. Financieel beleid

Een gedurfd beleid neemt initiatieven die op privé- of verenigingsniveau niet mogelijk zijn. Het getuigt van een langetermijnvisie en heeft ook aandacht voor ethisch beleggen.
Dergelijk beleid veronderstelt een totaal andere politiek dan het huidige “rentmeesterschap” en het z.g. “zuinig beheer”. De hele discussie over het behouden, verhogen of verlagen van belastingen heeft niet zo zeer te maken met “centen tellen”, maar met de vraag “waar geven we zinvol geld aan?”
We engageren ons alle forfaitaire gemeentebelastingen af te schaffen. Belastingen die geen rekening houden met de persoonlijke financiële draagkracht zijn onrechtvaardig.
Naast belastingen die nuttig zijn om milieuonvriendelijke of weinig sociale activiteiten af te remmen, moet er ruimte zijn om bepaalde initiatieven aan te moedigen of mogelijk te maken, zowel op milieuvlak als inzake sociale activiteiten. We huldigen dus een tweesporenbeleid.

2. Leefkwaliteit

Een verantwoord beleid moet de leefkwaliteit van alle inwoners verbeteren. Daartoe zijn stimulerende en herverdelende maatregelen aangewezen ten gunste van lichamelijk en sociaal zwakkeren.
Om de randgemeenten ten zuiden van Antwerpen leefbaar te houden, is een bijsturing van de mobiliteit noodzakelijk. Dit houdt in dat onze woonkernen beter bereikbaar worden gemaakt voor wie er woont of echt moet zijn. Tegelijk dient sluipverkeer ontmoedigt en zwaar wegverkeer buiten de gemeentekern gehouden. Een aangepaste signalisatie is daartoe onontbeerlijk.

3. Openbaar vervoer

Het openbaar vervoeraanbod in Aartselaar en omgeving scoort niet slecht, maar is voor verbetering vatbaar. Aansluitingen en frequenties verdienen meer aandacht en de doorstroming op de hoofdassen (bij wegenwerken…) kan vlotter.
In het kader van een recente studie van De Lijn dient zowel het aanbod van en naar Antwerpen, als tussen de kernen versterkt te worden.
(Uiteraard houdt dit ook de integrale uitvoering van de tramprojecten uit het Masterplan Antwerpen en het Pegasusproject in.)

4. Verkeersveiligheid

Uit te voeren openbare werken moeten getoetst worden op hun gevolgen voor de verkeersveiligheid.
Verkeersveiligheid kan ook verbeterd worden door de (her)aanleg en een goed onderhoud van veilige fiets- en voetpaden.
Andere verkeersvriendelijke maatregelen zijn:
- de heropening van “aloude” kerkwegen;
- de invoering van de “zone 30” waar onderzoek heeft aangewezen dat het echt nodig is;
- in overleg met de middenstand en na de nodige studie: het autoluw maken van het centrum; dit autoluw moet mensen ertoe aansporen zich anders te verplaatsen;
- het promoten van de fiets voor korte verplaatsingen (gezond en vaak sneller!);
- regelmatige controle op de verkeersregeling in de straten;
- meer aandacht voor het openbaar vervoeraanbod in gemeentelijke publicaties;
- beter bekend maken van “nachtbussen” tijdens het weekeind en bij belangrijke evenementen.
Het is van essentieel belang dat de gemeenten ten zuiden van Antwerpen hun problemen samen bekijken en aanpakken. Een goed bedoelde maatregel in de ene gemeente kan immers nadelige gevolgen hebben voor een buurgemeente. Zo dienen wijkcirculatieplannen ook met de buurgemeenten te worden besproken. Ook het sluipverkeer doorheen de gemeenten die in een band rond Antwerpen en tussen enkele hoofdassen liggen, verdient een intergemeentelijke aanpak.
Meer eenvormigheid van de opgelegde verkeerssnelheden in de regio zorgen voor een vlotter verkeer en voorkomen ergernis bij gemotoriseerde weggebruikers.
Verder mag de aandacht van de weggebruikers niet afgeleid worden door weinig ter zake doende verkeersborden en zeker niet door de wildgroei van allerhande publicitaire borden die te pas en te onpas worden opgehangen of neergepoot.

5. Milieu

Het woon- en leefmilieu van alle Aartselarenaars dient verder gevrijwaard.
Zo vormen de bescherming en waar mogelijk, het toegankelijk maken van natuurgebieden en open ruimtes een absolute prioriteit. Zo moet het gebied rond “de Reukens”, gelegen tussen Lindenbos en dorpskern, eindelijk een definitieve bestemming krijgen.
We pleiten voor een gezonde mix van bewoning en een handhaving van de bestaande industrieterreinen. Wat deze laatste betreft dient een inventaris opgemaakt van alle leegstaande bedrijfshallen. Een valorisatie van deze ruimten gaat voor op de creatie van nieuwe of de uitbreiding van bestaande industrieterreinen.
Aartselaar moet het voorbeeld geven inzake het gebruik van duurzame materialen en energie-besparende werktuigen. Dit kan best gebeuren door de aanstelling van een “duurzaamheidambtenaar” die de inspanningen kan coördineren.
Inwoners die in hun woning energiebesparende werken uitvoeren, verdienen hiervoor een gemeentelijke premie. Zij hebben ook recht op informatie over andere tegemoetkomingen van de hogere overheid.

Inzake afvalbeleid leggen we de nadruk op preventie: beter voorkomen dan genezen!
Het gescheiden ophaalsysteem is erg handig en kostenbesparend, maar ook een invoering van het “Diftar”-systeem, waarbij betaald wordt voor de hoeveelheid afval die men creëert dient onderzocht.
Uitbreiding en verbetering van de dienstverlening in het gemeentelijk containerpark moet een voortdurende bekommernis zijn. Toch blijft de georganiseerde wekelijkse inzameling voorgaan op individueel bezoek aan het containerpark, tenzij het om eenmalig of moeilijk op te halen afval gaat.
De opening van een tweede, mogelijk intergemeentelijk containerpark in het zuiden van de gemeente lijkt een must te worden. In principe mag een dergelijke maatregel geen bijkomende kosten voor de inwoners meebrengen.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen best met de betrokken buurgemeente(n) doorgesproken worden. Een op elkaar afgestemd ruimtelijk beleid –toch essentieel voor de leefbaarheid van elke gemeente - kan gaan van de inrichting van KMO-zones tot de gemeenschappelijke aankoop van extra bosgrond om stadsrandbossen verder uit te breiden.

6. Cultuur en gemeenschapsleven

Eerder dan naar nieuwe prestigeprojecten voor reeds geïnteresseerden, moet de aandacht gaan naar de promotie van actieve sport- en cultuurbeleving, zowel het verenigingsleven als de individuele burger ten goede komt.
Cultureel centrum en andere gemeentelijke gebouwen dienen multifunctioneel en op zo veel mogelijk momenten zinvol toegankelijk gemaakt. Een up-to-date infrastructuur (vernieuwing zetels, aanpassing van ruimten die niet of nauwelijks gebruikt worden…) maakt dit mogelijk.
Het Laar kan worden uitgebouwd tot een permanente ontmoetingsplaats, waar feestelijkheden als de jaarmarkt, braderij en avondmarkt , maar ook free podiums e.a. publiekstrekkers hun beslag kunnen krijgen.
Cultuur kleurt de gemeente en zorgt voor uitstraling. Een lokaal cultuurbeleid is niet altijd evident en kost onvermijdelijk geld, maar gedurfde initiatieven kunnen mogelijk worden gemaakt door overleg en samenwerking met de buurgemeenten. Ook op het vlak van de gehanteerde kortingsystemen is interlokale samenwerking aangewezen. Uitgangspunt is tenslotte om –zoals de hogere overheid het voorschrijft- zoveel mogelijk mensen van het
cultuuraanbod te laten genieten…

Toch is het cultureel centrum er in de eerste plaats voor de Aartselarenaars.
Bij de programmering dient ook rekening gehouden met de vergrijzing. Ook het aanbod voor de jeugd verdient meer aandacht.
Diverse activiteiten overdag kunnen bijdragen tot een nog betere bezettingsgraad van het centrum. Ook met de nabijgelegen bibliotheek kan qua programmering een link worden gelegd, zodat kruisbestuiving ontstaat.
Tenslotte mag ook de toegangsprijs geen belemmering zijn voor sociaal zwakkeren.

Onze gemeentelijke bibliotheek kan verder worden uitgebouwd tot een ontmoetingsplaats: niet enkel voor mensen die boeken of audiovisuele zaken willen ontlenen, maar ook voor informatie-uitwisseling in de meest brede zin van het woord.
Voor alle inwoners tenslotte, moet het aanbod van allerlei taal-, hobby-, cultuur, en sociale vaardigheidscursussen uitgebreid worden.

7. Sociaal (woon)beleid

Het OCMW- maar ook het algemeen sociaal beleid mogen zich niet beperken tot het inrichten van de door de hogere overheid opgelegde taken. Beiden moeten een stimulerend initiatiefbeleid voeren dat aandacht heeft voor alle sociaal of individueel zwakkere groepen.We denken hierbij aan werklozen, thuiswerkende vrouwen, jongeren en andersvaliden.
Er moet dringend gestreefd worden naar een sociale huisvestingsregie met huur- en koopwoningen; die zich richt tot de genoemde groepen en die zorgt voor een goede sociale mix.
Intergemeentelijk kan hierbij gedacht worden aan een charter voor, en een databank met betaalbare bouwgronden, koopwoningen en kwaliteitsvolle huurwoningen.
Alleen zo krijgen de Aartselaarse jongeren een kans om in de eigen gemeente te wonen en er actief te blijven in het sociale leven.
Voor de ouderen kan, na een grondig behoefteonderzoek en een verfijning van de selectiecriteria, een uitbreiding van de serviceflats worden overwogen.
Intergemeentelijke tewerkstellingsplannen kunnen (bij voorkeur) duurzame, sociaal zinvolle en niet milieubelastende jobs creëren. Nieuwe trends in de diensteneconomie –b.v. de hulpverlening aan senioren- en het dienstcheque systeem - mogen hierbij niet uit het oog worden verloren.
Een lokaal zilverplan moet uitgewerkt worden, met o.m. aandacht voor zorgverstrekking en kangoeroewoningen.

8. Onderwijs en vorming

In het gemeentelijk basisonderwijs moet, naast de pedagogische opdracht en de waardering voor iedere levensbeschouwing, aandacht uitgaan naar een bewustmaking rond, en een proberen weg te werken van die factoren die de levenskwaliteit van de leerlingen (zowel binnen als buiten de school) in het gedrang kunnen brengen. De nadruk dient te gelegd op gelijke kansen. Ook dient aandacht besteed aan verkeersopvoeding.

9. Jeugd

Voor de jongeren lijken ons zaken als een grote polyvalente (mogelijk intergemeentelijke) fuif- en ontmoetingsruimte, een echt “luisterend oor” voor de 12- tot 18-jarigen) en een open, goed uitgebouwde en veelvuldig toegankelijk jeugddienst van wezensbelang.

10. Inspraak van de burger

Naast de bestaande wijkraden moeten ook nieuwere vormen van burgersamenwerking, zoals straat-feesten… steun en aanmoediging krijgen.
Wijk- en adviesraden moeten toegankelijk zijn voor een zo breed mogelijk publiek en gevrijwaard worden van politieke inmenging. Schepenen hebben er een luisterende en indien nodig, informatieve functie en mogen niet wegen op het overleg.
Met de uitgebrachte adviezen dient rekening gehouden. Indien dit niet mogelijk is, moet het schepencollege dit verantwoorden. Uiteraard ligt de eindverantwoordelijkheid voor de te nemen beslissingen bij de verkozen gemeenteraad.
In gemeentelijke beleidsnota’s en actieplannen dient ook rekening gehouden met de verzuchtingen van alle, ook niet-georganiseerde buurtbewoners.

11. Informatieopdracht

Een goed bestuur is een open bestuur, dat aandacht besteedt aan alle vormen van moderne communicatie. Dit veronderstelt een regelmatige, niet gecensureerde informatie van de burger. Het Gemeentelijk Informatieblad (info@aartselaar.be) en een degelijk uitgebouwde gemeentelijke website vormen de geëigende kanalen. Maar ook een vlotte bereik- en aanspreekbaarheid van alle gemeentediensten is van belang.
Het spreek- en inzagerecht dat voor schepenen en leden van de gemeenteraad vanzelfsprekend is, kan in beperkter mate ook gelden voor alle inwoners. Wij denken hierbij aan de invoering van een vragenuurtje tijdens de gemeenteraad en het ter inzage leggen van de volledige notulen van de gemeenteraad.

12. Wereldvisie

Aartselaar is geen geïsoleerd eiland in onze provincie, in Vlaanderen, België, Europa of de wereld. Dagdagelijks worden ook wij geconfronteerd met wat er in de wereld gebeurt.
Hieruit volgt dat we onze verantwoordelijkheid moeten opnemen en niet afzijdig kunnen blijven.
In het gemeentelijk onderwijs dient aandacht besteed voor onze wereld die in beweging is. Onze kinderen hebben, naast hun verstandelijke en emotionele vorming, ook recht op “wereld-wijsheid” te worden. De gemeente kan daartoe bijdragen door het ondersteunen van projecten inzake mondiale vorming.

In het Gemeentelijk Informatieblad info@aartselaar.be kan ook in de loop van het jaar meer aandacht worden besteed aan de projecten die door gemeente worden gesteund en aan de activiteiten van Aartselarenaars in het Zuiden.
Wanneer Aartselaar verbroedert met een gemeente in het Zuiden, kan ook dit voor een regelmatig terugkerende brok informatie zorgen.

Om de gemeentelijke toelagen beter te sturen en het beleid terzake beter te onderbouwen, zou een raad voor ontwikkelingssamenwerking die enkele keren per jaar samenkomt, goed werk kunnen leveren. Een besteding van 0,7% van de gemeentelijke middelen voor ontwikkelingssamenwerking zou tegen 2012 het uitgangspunt moeten zijn, wil men in het Zuiden daadwerkelijk iets veranderen.
Solidariteit met het Zuiden betekent ook dat het gebruik van Wereldwinkelprojecten veralgemeend wordt in het Cultureel Centrum en uitgebreid tot alle gemeentediensten.

OJiwEVLFSE