Programma Groen Aartselaar

Programma Groen Aartselaar

Bij de samenstelling van ons programma zijn we uitgegaan van de dingen waarover Aartselaar beschikt – en dat zijn er heel wat - en waaraan we de komende 6 jaar nog kunnen werken. En ook dat is nog de moeite.

In grote lijnen houden we er rekening mee, dat:

  • onze gemeente voor een groot deel uit tweeverdieners bestaat
  • het aantal senioren in stijgende lijn gaat
  • het dus zaak is dat we een jonger publiek kunnen aantrekken.

 

Dit zijn de thema’s waaraan we aandacht willen besteden:

Ruimtelijke ordening

Natuur en milieu

Klimaat en energie

Werk

Mobiliteit

Financiën en fiscaliteit

Fusie

 

Ruimtelijke ordening

Ruimtelijke ordening

We vertrekken van een helder kader. Onze gemeente beschikt over een pas goedgekeurd Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan. Dit biedt ons de kans om zelf een lokaal beleidsplan op te maken.

  • Daarbij beschermen we de open ruimte, versterken we de kern en zorgen voor verdichting i.p.v. versnippering.
  • We kiezen voor verweving van functies en voor efficiënt ruimtegebruik.
  • Ons ruimtelijk beleid staat niet op zichzelf, het heeft links met mobiliteit, natuur en milieu en economie.

Om te vermijden dat we steeds meer open ruimte moeten aansnijden, verhogen we het ruimtelijk rendement door de bestaande ruimte beter te gebruiken. Dit doen we door:

  • turnzalen, speelplaatsen en refters van scholen te laten gebruiken door buurtbewoners en het verenigingsleven
  • hergebruik en herbestemming van in onbruik geraakte gebouwen. We denken hier in de eerste plaats aan het oude gemeentelijk magazijn. Om leegstand te bestrijden kiezen we voor stimulering en een sturend fiscaal beleid. We zoeken actief naar partners voor de invulling van leegstaande panden, zoals in de Buerstedelei. De gemeente kan ook zelf strategische projecten ontwikkelen, zoals in de Adriaan Sanderslei.
  • Een terrein dat langere tijd braak ligt, kan een tijdelijke invulling krijgen als buurtparkje, speelterrein, of als moestuin. De braakliggende grond in de Zwaluwenlaan biedt zo’n kans.

 

Groen kiest voor een kwalitatieve en doordachte kernversterking en verdichting.

Zo biedt een terrein vlakbij de kern, in de Adriaan Sanderslei, een mooie opportuniteit, omdat het goed ontsloten is en in de nabijheid van openbaar vervoer.
Een snelweg als de A12, die druk bewoonde gebieden doorkruist, wordt best overbouwd of ingekapseld in een groene buffer. De overkapping zorgt ervoor dat de baan geen barrière meer vormt tussen de wijken.
We werken op maat van de omgeving. Hoger bouwen is mogelijk en wenselijk, algemene appartementenbouw niet. We houden rekening met de draagkracht van de omgeving en respecteren het bestaande erfgoed.

Groen kiest ook voor diversiteit aan woontypes, wat kan zorgen voor een gezonde mix van bewoners. Zo kunnen zowel singles, als jonge gezinnen met kinderen en oudere koppels aan hun trekken komen.
Verdichting moet ook ruimte laten voor publieke ruimte, water en groen. Dat kan bv. door het vrijmaken van binnenruimtes, als publieke ruimte, of door de heropening van een trage weg. Voetgangers en fietsers kunnen zich zo snel, veilig en comfortabel verplaatsen en genieten ook van de omgeving. Projectontwikkelaars geven we opdracht ook gemeenschapsvoorzieningen en publiek groen te voorzien. Dergelijke ontwikkeling kan ook gebeuren via een intercommunale die gelijk toezicht houdt op de kwaliteit van het project.

Ruimtelijke ordening vertrekt niet van een wit blad. We worden soms geconfronteerd met ruimtelijke wanorde, of verziekte gebieden. Via een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kunnen we een slecht gelegen of een overstromingsgevoelig woonuitbreidingsgebied omzetten in open ruimte, of er een andere bestemming aan geven. Dit kan in overleg met de Vlaamse Landmaatschappij.

Open ruimte staat ook meer en meer onder druk door de aanwezigheid van constructies die er eigenlijk niet thuishoren. Zo zijn er de ‘vertuining’ en de ‘verpaarding’ van sommige weilanden. We kiezen voor een tweesporenbeleid. Enerzijds een restrictief vergunningsbeleid, anderzijds een beleid dat slim inspeelt op opportuniteiten, om de verrommeling terug te draaien. 

 

Open ruimte is meervoudig bruikbaar, maar het moet wel gebeuren met respect voor de draagkracht van het gebied. Aandacht moet gaan naar de hoofdfuncties landbouw, natuur, bos en water.

  • We verhogen de belevingsruimte van het platteland door actief te werken aan een respectvolle alliantie tussen landbouw, natuur en zachte recreatie. Dit gebeurt momenteel al door samenwerking met de provincie en de zuidrand.
  • Landbouw heeft als functie om op milieu- en diervriendelijke wijze te zorgen voor kwaliteitsvol voedsel. Groen wil landbouwers ook de kans bieden actief mee te werken aan het behoud, het beheer en een kwaliteitsverbetering van het platteland. We staan ook positief tegenover de diversificatie van het landbouwleven, onder de vorm van o.m. energieopwekking, medebeheer van een natuurgebied,  hoevetoerisme, korte ketenverkoop en voedselteams.
  • Meervoudig gebruik van de open ruimte vergt wel een goede afstemming van ‘hardere’ en ‘zachtere’ functies. Daarbij blijft ook ruimte voor ‘vrije’ natuur aangewezen.
  • Erosiegevoelige gebieden hebben nood aan bestrijdingswerken als erosiepoelen, buffergrachten en –bekkens.
  • Lokaal toerisme kan een drager worden voor een aangepast streekontwikkeling. De behoefte om zich te ontspannen in een gezonde, natuurlijke omgeving zal nog toenemen. Een gebied als de Reukens biedt hier mooie kansen.

 

Groen en water zorgen in een woonwijk voor lucht en afkoeling. Ze vormen een tegengewicht voor de opwarming van de aarde.

  • We passen de groennorm toe om voldoende bereikbaar en beleefbaar groen te garanderen, dit zowel in de wijken als in stadsrandbossen en natuurgebieden.
  • We geven water weer meer ruimte door grachten open te gooien, wadi’s te voorzien…
  • We vergroenen gebouwen met groendaken en gevelgroen.
  • We beperken verharde oppervlakten, om overstromingsgevaar in te perken.
  • Groenblauwe dooradering is niet alleen belangrijk binnen de woonkernen, maar ook in landbouwgebied. Daarom dragen we bomenrijen, houtkanten en ecologisch onderhouden bermen een warm hart toe.

 

Groen wil tenslotte ook aandacht besteden aan de kwaliteit van de openbare ruimte.

  • Op parkeerplaatsen en andere open ruimten voorzien we meer groen.
  • Bij de (her)aanleg van publieke ruimte houden we rekening met kwaliteitscriteria als: wandel- en verblijfscomfort, zitplaatsen en toiletten. Kwalitatieve publieke ruimte is afgestemd op de omgeving, is mooi en aangenaam om te vertoeven, biedt belevingswaarde.
  • Bij herinrichting houden we ook rekening met bestaande kwaliteiten en met de geschiedenis van de plek, bv. bij de valorisatie en de versterking van het groen op het vroegere kerkhof naast de kerk.
  • Een kindvriendelijke ruimte is een kwaliteitsvolle ruimte. Daarom ziet Groen dit als een centraal aandachtspunt bij heraanleggingswerken. We werken verder aan een ‘speelweefsel’, een netwerk van informele kindvoorzieningen en verbindingen tussen die voorzieningen.
  • We kijken erop toe dat straten en pleinen ook goed toegankelijk zijn voor ouderen, mensen met een rolstoel of rollator of slechtzienden…

 

Open ruimte moet soms gecreëerd of heraangelegd worden. Daarbij kiest Groen voor een ruimte participatie van de burger. Die moet zo vroeg mogelijk bij een project betrokken worden. We opteren daarom voor het z.g. ‘ontwerpend onderzoek’. Dit is een techniek die ‘ruimtelijk ontwerp’ en ‘onderzoek’ combineert. Ontwerpend onderzoek maakt gebruik van thematische kaarten, maquettes en driedimensionele schetsen of foto’s, die de uiteenlopende mogelijkheden voor de inrichting van een gebied in beeld brengen. Bij dit onderzoek worden ook experten, stedenbouwkundigen en verkeersdeskundigen, maar ook bewoners, eigenaars en verenigingen betrokken.

 

Plannen en vergunningen zijn het vertrekpunt van een goede ruimtelijke ordening, maar handhaving van wat wordt afgesproken en vastgelegd vormt het noodzakelijke sluitstuk.
We maken werk van een lokaal handhavingsbeleid, met een visie en afspraken met alle betrokken partners. Daarom opteren we voor een protocol tussen de gemeentelijke handhavers, HEKLA en parket. De gemeentelijke handhavers leggen de nadruk op preventie, aanmaning en controle op de afgesloten vergunningsvoorwaarden. HEKLA doet vaststellingen en verbaliseert of vaardigt bestuurlijke maatregelen uit. De politie controleert ook de naleving ervan. De burgemeester houdt controle op de veiligheid.
Omdat de opstelling van een PV niet noodzakelijk leidt tot het herstel van de gewenste toestand, is een aanvullende vordering voor de burgerlijke rechtbank noodzakelijk. Eerst zal dit de gemeente geld kosten, maar uiteindelijk is dit de enige manier om geloofwaardig op te treden tegen overtredingen die anders zonder gevolg blijven.   

 

 

Terug naar overzicht

Natuur en milieu

Natuur en milieu

Groen promoot de natuur en beschermt het milieu.

Natuur houdt mensen gezonder en maakt ze creatiever, zorgt voor een omgeving waar het goed wonen is. Ze zwengelt ook de economie en de tewerkstelling aan en vormt de beste en goedkoopste bescherming tegen hittegolven en wateroverlast.
Bescherming van de natuur is dus een noodzaak. Steeds meer mensen en organisaties beseffen dit.

Natuur verbindt mensen met elkaar: samenwerking is de succesfactor.
In onze gemeente zijn heel wat organisaties begaan met de natuur. Zij zijn de partners om iedereen te overtuigen mee te werken aan een sterk en ambitieus milieu- en natuurbeleid. Het bestuur ondersteunt en zoekt een actieve samenwerking met deze natuur- en milieuorganisaties. Een paar voorbeelden:

  • Via VELT kan de moestuinier aan zaden komen
  • We geven de scholen een kans om hun speelplaats om te vormen met speelgroen
  • In de Reukens en het Sportruimte is er ruimte voor avontuurlijk speelgroen.
  • De gemeente werkt graag samen met Natuurpunt… voor de aanleg en onderhoud van groen rond RVT Zonnewende
  • Samentuinen is een ideale manier om tuinieren te koppelen aan sociaal contact. We blijven op zoek gaan naar ruimte voor de aanleg van volkstuintjes.
  • Straattuintjes, gevelbegroeiing, of groene slingers, er is ontzettend veel mogelijk. Deze initiatieven kunnen best van onderuit door de wijkbewoners en de wijkraad georganiseerd worden.

Waar weinig bos is, betekent elke bijkomende hectare winst voor de natuur. Geïsoleerde resten versterken en verbinden we, zodat grotere gehelen ontstaan.

  • Een m² bijkomende natuur en bos per inwoner per jaar blijft onze ambitie. Met de verdere uitbreiding van natuurgebied De Reukens raken we al een eind in die richting. Maar we gaan voor meer.
  • Nieuw bos krijgt een functie als speelbos, geboortebos of begraafbos. Een begraafbos, naast het kerkhof is een mogelijkheid die we onderzoeken.
  • Natuurgebieden worden oordeelkundig opengesteld voor iedereen die er respectvol van wil genieten. Bepaalde delen kunnen tijdelijk afgesloten worden zodat dieren zich kunnen voortplanten.
  • Niet gebruikte gemeentegrond geven we in beheer van natuurverenigingen. Ze ontvangen ondersteuning om er beheerwerk uit te voeren.

 

Natuurontwikkeling in woon- en bedrijvenzones.

Natuur hoort ook thuis dichtbij de mensen. Straatgroen, gevelgroen en groendaken zijn goede voorbeelden van plantengroei in woonkernen. Ze leveren schaduw als het zonnig is, bufferen water als het nat is en koelen door verdamping als het heet is.

De omgevingsvergunning, die bouw- en milieuvergunning samenvat, biedt de gelegenheid om de natuurwaarde binnen het perceel dat bebouwd of verbouwd wordt na te gaan. Zo kan de gemeente bepalingen rond de natuurbijdrage opleggen. 10% groenblauwe infrastructuur is hierbij een minimum richtlijn.

Bij grotere woonprojecten kan het groene gedeelte ervan semipubliek ingericht worden, zodat omwonenden er ook van kunnen genieten. Voorbeelden zijn de nieuwe verkaveling en de uitbreiding van de kleuterschool in de Buerstede.

 

Groen vindt dat elke inwoner natuur moet vinden op wandelafstand.

  • Woongroen moet altijd aanwezig zijn. Het heeft een esthetische functie en bepaalt mee het karakter en de kwaliteit van de woonomgeving. Het bestaat in verschillende vormen: van gemeenschappelijke voortuinstroken tot een beeldbepalende solitaire boom in een klein plantsoen. Daarom gaat de gemeente verder met de aanleg van perkjes bij de heraanleg van voetpaden.
  • Binnen de 400 meter vindt iedereen buurtgroen. Op deze plaatsen kan je terecht voor een kort, rustgevend verblijf in het groen. Het zijn ook de ruimten waar je mekaar ontmoet, de hond uitlaat; waar ouders komen met kinderen om er te spelen. De klemtoon ligt op rustige recreatie. Hierbij denken we aan de wijkspeelpleinen, maar ook aan grotere groene zones en landbouwgebieden aan de rand van woonkernen.

Groen wil ruimte voor natuur terugwinnen op asfalt. We denken aan onnodige stukken en veel te brede verkavelingwegen. Voetpaden in doodlopende straten kunnen opgebroken worden. Hier ligt ruimte beschikbaar voor speelgroen, waterbuffering of een robuust plantsoen. 
Vaak staan bloemplantbakken als verkeersremmers de straat te verrommelen. We halen ze zoveel mogelijk weg en vervangen ze door mooie, duurzame, onderhoudsarme plantvakken.

 

Verstandig openbaar groenbeheer zorgt voor meer biodiversiteit

Groen wil het Harmonisch Park- en Groenbeheer van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) toepassen en zo het beheer van parken en openbaar groen verduurzamen. De juiste combinatie van bomen, heesters en kruidachtigen stimuleert de biodiversiteit en zorgt voor afwisseling en kleur in het openbaar groen. In de Reukens, het Kleidaalbos en het Solhof zetten we het beheer, in overleg met ANB, verder.

 

Ruimte voor water, zowel binnen als buiten de woonkernen.

Waterellende bij hevige stortbuien kunnen we vermijden als we voldoende ruimte geven aan waterbuffering. Bouwen in bekende overstroombare beekvalleien of bufferingsgebieden is niet aangewezen. Op die plaatsen kan waterbuffering samengaan met natuurontwikkeling. We kunnen er van de nood een deugd maken. Zo stelt de gemeente voor om een stuk oever van de Struisbeek af te graven. Op die manier krijgt het water meer ruimte en vermindert de kans op overstroming.

In de woonkernen springen we inventief om met hemelwater. We hergebruiken het en bufferen ook in open grachten of in een wadi, zoals we dat gedaan hebben in de wijk Lindenbos. Zelfs pleinen kunnen zo ontworpen worden dat ze in hoogste nood water opvangen. Hierbij denkt Groen aan het plein voor de turnzaal van CADE.

Onze gemeente is intussen goed gevorderd met riolering en waterzuivering. De ontdubbeling van de waterafvoer –hemelwater en afvalwater- is echter pas effectief als de ingreep volledig is gerealiseerd. Dit vergt van de gemeente extra aandacht, voldoende middelen en een goede planning.

Daarom vernieuwen we pas als we de heraanleg van een straat en de riolering tegelijk kunnen aanpakken. Waar mogelijk verkiezen we een open afvoersysteem voor hemelwater. We ondersteunen ook de inwoners die hun afvoer moeten ontdubbelen. Controle hierop, bij nieuwbouw en renovatie, gebeurt systematisch,

Een waterneutrale wijk is mogelijk. Alle hemelwater wordt er ofwel gebruikt, ofwel geïnfiltreerd in de bodem. Er hoeft dan geen hemelwater afgevoerd te worden. Regenwater is een gratis grondstof. Slechts voor de helft van ons waterverbruik is drinkwaterkwaliteit nodig. Voor de was, het toilet of het begieten van de tuin kan overgeschakeld worden op andere waterbronnen als bv. een waterput.

 

Gezond, dus zonder gif

Onze gemeente gebruikt geen herbiciden meer en geeft op dus het goede voorbeeld. Aartselaar is een van de 87 gemeenten die een nulgebruik rapporteerden op 304 gemeenten.

Groen wil een volgende stap zetten naar een volledige afbouw van particulier pesticidengebruik. We promoten ook de agro-ecologische landbouw.

Dit willen we bereiken door:

  • de zelfkweek van groenten door de ontwikkeling van volkstuintjes
  • de burger een kans te geven om pesticidenvrij te handelen, door via de MINA-raad gesubsidieerde gasbranders en borstels aan te bieden
  • aanmoediging van de korte keten, via hoevewinkels, bio-landbouw…

 

Zuivere lucht is een kostbaar goed.

De luchtkwaliteit in Vlaanderen scoort niet goed. Concrete lokale ingrepen kunnen daar ook iets aan doen. Zo willen we op korte termijn de snelheid op de zijbanen van de A12 terug brengen tot 50 km/u. Deze maatregel vergroot ook de veiligheid.

Op langere termijn wenst Groen een overkapping van de A12, tussen Kontichsesteenweg en Guido Gezellestraat. Zo raakt de Buerstede uit haar isolatie en kunnen de inwoners zich makkelijker verplaatsen. Op de overkapping zorgen bomen en struiken voor luchtverbetering en meer leefbaarheid.

 

Groen blijft zich verzetten tegen een uitbreiding van ISVAG. In september verklaarde de minister de aanvraag onontvankelijk. ISVAG moet nieuwe, duidelijke informatie verstrekken en daarna wordt het dossier weer onderzocht. We verzetten ons niet enkel, maar beschikken ook over heel wat goede argumenten:

Zo is de verbrandingsoven gelegen tussen woonwijken; het locatieonderzoek werd enkel gevoerd op economische grond, ecologische en gezondheidsaspecten werden over het hoofd gezien. Uitbreiding van de verbrandingscapaciteit gaat in tegen de doelstelling van de Vlaamse overheid om restafval systematisch af te bouwen. De bouw van een grotere verbrandingsoven zal de wateroverlast in het stroombekken van de Grote Struisbeek en de Benedenvliet nog doen toenemen…

 

Om dit alles te realiseren is een ambitieus beleidskader nodig. Dit betekent o.a. dat de dienst ‘omgeving’ voldoende bemand moet zijn. Klimaatdoelstellingen, energietransitie, duurzaam bouwen, ruimtelijke beleid en duurzame mobiliteit zijn dermate verweven dat een goede organisatie zich opdringt om deze beleidsvisie gestalte te geven.

Om de bestaande wettelijke milieunormen consequent toe te passen, moeten de Europese normen en richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) richtinggevend zijn.

 

Afval

Slim omgaan met afval is een absolute noodzaak voor een klimaatvriendelijke gemeente. Als lokaal bestuur kunnen we daar een belangrijke rol in spelen.
Als bestuur kampen we met heel wat uitdagingen inzake afval. Daarbij denken we aan zwerfvuil, sluikstorten en een verhoging van het aandeel recyclage.
Met het Uitvoeringsplan voor Huishoudelijk Afval en Gelijkwaardig Bedrijfsafval tekende de Vlaamse overheid de krijtlijnen uit voor het afvalbeheer van 2016 tot 2022.

 

1. Afvalbeperking en –preventie

Afval voorkomen blijft de meest milieuvriendelijke keuze. Als gemeente staan we het dichtst bij de burger, de lokale ondernemer, de organisatoren van evenementen en de scholen.

Concrete voorstellen:

  • Burger
    • we verspreiden verder de gratis sticker om reclamedrukwerk te weigeren
    • we stimuleren het thuiscomposteren, met de inschakeling van kringloopkrachten. Zij gaan bij de mensen thuis om hen wegwijs te maken in afvalarm tuinieren en begeleiden bv. ook de leerkrachten in de lagere school.
    • we voeren een kippensubsidie in, om ook op die manier aan keukenafvalbeperking te doen
  • Lokale ondernemers, handelaars en marktkramers
    • we moedigen handelaars en marktkramers aan om af te zien van plastieken zakken en steunen de consument om verpakkingsvrij te winkelen. De gemeente voorziet in herbruikbare draagtassen met logo van de gemeente, als alternatief voor allerhande wegwergzakken
    • we proberen ook voedselverspilling in te dijken (zie hoofdstuk ‘Voeding en Landbouw’)
  • Organisatoren van evenementen
    • we voeren een duurzaam, ecologisch evenementenbeleid. Bij grotere evenementen eisen we een afvalplan, als voorwaarde voor toelating Bij kleinere evenementen stellen we herkbruikbare bekers en afvaleilanden ter beschikking. Afvalarme evenementen maken kans op een tijdelijke projectsubsidie.
  • Scholen
    • In het schoolreglement nemen we op dat leerlingen enkel herbruikbare verpakking mogen meenemen voor het middagmaal. Het aanbod van gratis leidingwater blijft behouden.

 

2. Recycleren

Burgers aanmoedigen om zo weinig mogelijk afval te produceren is onze eerste prioriteit, recyclage de tweede.

  • We stimuleren recyclage via tarifering
    • We kiezen bij de huisvuilinzameling voor gedifferentieerde tarieven (Diftar). Zo wordt het principe ‘de vervuiler betaalt’ in de praktijk gebracht en wordt wie zorgvuldig sorteert en weinig afval produceert beloond.
    • We stellen een bepaald aantal huisvuilzakken, of ophaalkrediet voor containers ter beschikking van maatschappelijk kwetsbare groepen.
  • We optimaliseren bestaande recyclagemanieren
    • door thuiscomposteren, het houden van kippen…
    • door een eerlijke en duurzame textielinzameling
  • Collectieve recyclage door bedrijven
    Het Uitvoeringsplan 2016-2022 voorziet dat lokale besturen proefprojecten kunnen opzetten rond de collectieve inzameling van selectieve fracties op een bedrijventerrein. In overleg met de uitbaters van een bedrijventerrein starten we een vlotte service op die voor milieuwinst en een efficiëntere logistiek zorgt.

    

3. Zwerfvuil & sluikstorten

Zwerfvuil en sluikstorten terugdringen blijft een grote uitdaging. Alleen een geïntegreerde aanpak werpt vruchten af. Dergelijke aanpak bestaat uit preventief sensibiliseren, curatief problemen oplossen en tot slot een (repressief) handhavingsbeleid voeren.

  • Preventief sensibiliseren
    via het betrekken van de bevolking, het organiseren/ondersteunen van acties.
    • De gemeente blijft de zwerfvuilactie verder ondersteunen. Verenigingen en scholen krijgen via de MINA-raad (die de actie coördineert) de nodige uitrusting en een financiële ondersteuning.
    • We voorzien de gemeentelijke gebouwen van een peukenopvang.
    • Groen pleit ervoor om alle plastiek restverpakkingen te verzamelen in  de PMD-zak. (De selectieve ophaling, zoals die 20 jaar gebeurt, levert nog altijd problemen op en bezorgt de gemeente extra opruimings- en verwerkingskosten.)

  • Curatief
    Meer vuilnisbakken leiden niet altijd tot minder zwerfvuil. Sociale controle speelt een belangrijke rol.  

  • Repressief
    Helaas is een repressief optreden (via een GAS-boete…) dikwijls de enige manier om sluikstorten te beteugelen. Uitbaters zijn gehouden de omgeving van hun (eet)gelegenheid proper te houden en een vuilnisbak te plaatsen.

 

4. Afvalintercommunales als schakel in een circulaire economie

Groen wil zoveel mogelijk producten en grondstoffen hergebruiken en zo weinig mogelijk waardevol materiaal vernietigen. Afvalintercommunales kunnen de motor zijn in de overgang naar een circulaire economie. Volgende bestuursperiode is het contract met de intercommunale IGEAN aan hernieuwing toe. We nemen die gelegenheid te baat om onze circulaire ambities op te nemen in de visie en doelstellingen. Door lokaal in te zetten op overgang kunnen we de hogere overheid aansporen om voluit in te zetten op een overgang richting circulaire economie.

Concrete voorstellen:

  • In de nieuwe beheersovereenkomst nemen we op dat de intercommunale een voortrekkersrol inneemt inzake de overgang naar een circulaire economie.
  • Financiering door de gemeente gebeurt niet langer op basis van het verwerkte afval, maar wordt ook afhankelijk gemaakt van andere doelstellingen. Twee ervan kunnen zijn: het restafval verminderen en een deel van het afval terug inzetbaar maken.
    (De ambities van het Uitvoeringsplan 2016-2020 gaan niet ver genoeg. We scherpen de doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval per inwoner/gemeente aan met 20%. Op die manier wil Groen een duidelijk kiezen voor een afvalarme, circulaire economie.)
  • Groen wil de samenwerkingsverbanden met de lokale kringloopwinkels vernieuwen en versterken.
  • Afvalintercommunales spelen een belangrijke rol bij de verlenging, sluiting of totstandkoming van afvalverbrandingsovens. Groen blijft zich sterk verzetten tegen de vernieuwing, verlenging of uitbreiding van de ISVAG-verbrandingsinstallatie.

 

Terug naar het overzicht

Klimaat en energie

Klimaat en energie

Wereldwijd zetten burgers en lokale besturen zich in voor de omschakeling naar een klimaatneutrale maatschappij. Natuurlijk kan het internationaal klimaatbeleid maar slagen als ook de verschillende landen hun verantwoordelijkheid opnemen. Lokale besturen kunnen een voortrekkersrol spelen

 

Om de klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te houden is een snelle vergroening van het energiebeleid noodzakelijk. Productie en consumptie moeten tegen 2050 volledige CO²-vrij zijn. Lokale besturen beschikken over voldoende beleidsruimte om dit mee waar te maken. Een ambitieus gemeentebestuur houdt vandaag al rekening met de klimaateffecten van morgen.

Om tot een geslaagd beleid te komen, hebben we een lokaal klimaatplan nodig. Een samenwerking tussen de gemeentelijke diensten, verenigingen, ondernemers en burgers is cruciaal bij de ontwikkeling en de uitvoering van zo’n plan. We nemen zowel maatregelen die de klimaatverandering afremmen als maatregelen die de gemeente aanpassen aan de verandering.

 

Ambitieus, maar realiseerbaar

  • We bepalen het ambitieniveau en nemen de afgesproken klimaatdoelstelling prioritair op in de Beheer- en Beleidcyclus (BBC).
    Daartoe ondertekenen we ook de 2de Burgemeesterconvenant ‘klimaat en energie’.
  • We stellen een nieuw lokaal klimaatplan op in samenwerking met de provincie, die een instrument heeft opgesteld om de inspanningen van de gemeente op te volgen. Belangrijk is dat we, via het infoblad of de lichtkrant, op een heldere manier communiceren over het klimaatplan.
  • We zorgen voor voldoende financiële middelen om onze klimaatambities te realiseren. Bij aanvang weegt zo’n investering zwaar, maar ze verdient zich terug op langere termijn.
    Samen met buurgemeenten of via groepsaankopen organiseren we de aankoop van klimaatvriendelijke producten. Zo verlichten we de kosten voor gemeentelijke aankopen als elektrische fietsen, of voor producten waarvan ook de burger kan genieten. (bv. met ZuidrAnt de plaatsing van zonnepanelen).
    Met een Energy Service Company sluiten we een EPC, een Energieprestatiecontract (EPC) af. Dit helpt ons om de energieprestatie van gemeentelijke gebouwen te verbeteren.

 

Een participatief en beleidsdomeinoverschrijdend klimaatplan.
Extern dragen we zorg voor een breed draagvlak. Zo beklemtonen we een verdere samenwerking met IGEAN om goedkope of gratis energieleningen aan te gaan.
Intern bereiken we een geslaagd klimaatplan enkel wanneer over de verschillende beleidsdomeinen heen wordt samengewerkt aan:

  • een gedurfde keuze inzake mobiliteit
  • een stop op de versnippering van openbare ruimte
  • een klimaatvriendelijke landbouw en een duurzame voedselstrategie
  • nog minder afval in onze gemeente
  • een versterking van natuur en milieu
  • de uitrol van een klimaatplan waarvan iedere burger kan genieten

 

Naast een beleid om de klimaatverandering af te remmen, moeten we ons ook voorbereiden op de nadelige gevolgen. Onze gemeente is heel gevoelig voor extreme weersomstandigheden, zoals wateroverlast, hittegolven of uitzonderlijke stormen. Ze verhogen ons energieverbruik voor verwarming of koeling.

Concrete voorstellen:

  • We ontwikkelen een klimaatadaptatiestrategie, alleen of i.s.m. gemeenten in de regio
  • We integreren die strategie in de beleidsplannen voor ruimtelijke ordening en openbare werken
  • Bij heraanleg van het openbaar domein creëren we buffers en bijkomende ruimte voor water
  • Waar mogelijk vergroenen en ontharden we. Daardoor kan water makkelijker infiltreren en creëren we afkoeling
  • We vergroenen gebouwen met groendaken en gevelgroen krijgt een kans
  • We stellen een boombeheersplan op, om beleid en beheer concreet, transparant en duurzaam te maken.

 

Duurzame energie als hefboom voor klimaatbeleid

We verminderen het lokaal energie verbruik door gebouwen energiezuinig te maken. Binnen het gemeentelijk apparaat willen we een beleid voeren om tegen 2030 volledig klimaatneutraal te zijn. Daarom beperken we ons niet tot de aankoop van 100% groene stroom, maar investeren we ook in zonnecollectoren.
We worden een fossielvrije gemeente. Daarom beleggen we niet langer geld in fossiele industriefondsen, maar in fondsen die de klimaattransitie stimuleren.
Tegen 2030 streven we naar klimaatneutraliteit van overheidsgebouwen.
De mobiliteit van gemeentelijk personeel en bezoekers verduurzamen we door:

  • opstelling van een duurzaam vervoersplan, met de nadruk op het woonwerkverkeer van personeel en op een duurzame verplaatsing van bezoekers
  • een gevarieerd fietsaanbod aan het personeel
  • een verdere verduurzaming van ons wagenpark…

We geven financiële steun voor energiebesparingswerken in scholen, jeugdlokalen en buitenschoolse opvang.
We verduurzamen de openbare verlichting. Zo pakken we de straatverlichting aan, passen we de ‘relighting’ aan van gemeentelijke gebouwen, de straatverlichting en die van bedrijfsterreinen. Light-audits kunnen daarbij helpen.
Bedrijven die mee hun schouders zetten onder een sterk klimaatbeleid krijgen ondersteuning.
Om een gedecentraliseerde productie en distributie van hernieuwbare energie op te drijven hebben we volgende concrete voorstellen:

  • een investering in kleinschalige, gedecentraliseerde energieopwekking via zonne-installaties
  • een inzet op constructieve, participatieve aanpak van windenergieprojecten
  • een ontwikkeling van groene en collectieve warmte, die vervoerd wordt via een nieuwe generatie warmtenetten. Groene warmte is ofwel actieve warmte opgewekt uit 100% hernieuwbare energie, of passieve warmte verkregen door energiebesparing.

 

 

Terug naar het overzicht

werk

Werk

Duurzame en werkbare jobs zijn essentieel voor een hamonieuze (lokale) samenleving. Te veel mensen vinden geen aansluiting bij de arbeidsmarkt. Ook gaan te veel mensen gebukt onder stress, door stijgende werkdruk of door een moeilijke combinatie van werk en privéleven. De meeste bevoegdheden inzake werk bevinden zich op federaal en Vlaams niveau. Toch kunnen lokale besturen het verschil maken door:

  • de lokale arbeidsmarkt te ondersteunen
  • een voorbeeldfunctie op te nemen inzake het eigen (inter)gemeentelijk personeelsbeleid
  • de begeleiding en actieve ondersteuning van mensen in een kwetsbare arbeidspositie, op zoek naar zinvol werk.

Ondersteuning van de lokale arbeidsmarkt kan, door:

  • de behoefte in kaart te brengen, zowel aan de vraag als aan de aanbodzijde
  • de organisatie van een lokale banenmarkt
  • als gemeente partner te zijn in het bestuur van de lokale werkwinkel

Een randvoorwaarde voor een aangename, lokale arbeidsmarkt kan o.a. zijn:

  • een goed werkend systeem van kinderopvang, waarop ook werkzoekenden beroep kunnen doen.

De gemeente is ook zelf werkgever. Groen pleit voor een eerlijk en menselijk personeelsbeleid, waarbij mensen maximaal (leer)kansen krijgen, ongeacht afkomst, geslacht en leeftijd.

Wat houdt dit concreet in?

  • een leeftijdsbewust personeelsbeleid: ervaring van oudere werknemers wordt erkend en jongeren krijgen de kans te groeien in hun job, via het systeem van mentorschap
  • een tewerkstelling van minstens 2% mensen met een arbeidshandicap
  • een streefcijfer voor het aantal vrouwen in kaderfuncties
  • een streefcijfer voor het aantal werknemers met een migratieachtergrond
  • een analyse van de drempels in het aanwervingbeleid en een actieplan om ze weg te werken
  • actieve ondersteuning, begeleiding en opvolging van werknemers die het slachtoffer worden van discriminatie

 

Zinvol werk voor kansengroepen

Als lokaal bestuur kunnen we mensen met de meest kwetsbare profielen ondersteunen en naar zinvol werk toe leiden.

De PWA’s (plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen) worden in Vlaanderen vervangen door ‘Wijkwerk’. De doelgroep wordt scherper gesteld en de werkperiode strak afgebakend. Jonge werkzoekenden zullen maximum 12 maanden wijkwerker kunnen zijn, dit in tegenstelling met de langdurige tewerkstelling in een PWA. In plaats van de gemeente kunnen ‘organisatoren’ van wijkwerk zich aandienen om voor een regio wijkwerkers aan opdrachten te helpen. De gemeente bepaalt welke activiteiten de organisator mag aanbieden. Als gemeente kunnen we bij de hogere overheid een degelijke oplossing bepleiten voor mensen die tot nu toe een PWA-statuut hadden.

Het OCMW kan zelf bepalen welke leefloongerechtigden instromen in een tijdelijk werkervaringtraject (tewerkstelling via artikel 60). Het moet ook inschatten of een cliënt na 2 jaar op de reguliere arbeidsmarkt terecht kan. De realiteit toont aan dat de drempel voor heel wat mensen te hoog blijft. Groen vreest daarom dat de meest kwetsbaren uit de boot vallen. Daarom stellen we een duurzame activering voor, om te bepalen wie kan instromen in artikel 60. Voor mensen voor wie een doorstroming naar de arbeidsmarkt onhaalbaar is, zetten we in op arbeidszorg, sociale economie en vrijwilligerswerk.

 

 

Terug naar het overzicht

Mobiliteit

Mobiliteit

1. Nabijheid zorgt voor bereikbaarheid

Het startpunt van een duurzaam mobiliteitsbeleid is een sterk ruimtelijk beleid.

Kernversterking en het slim mengen van functies zijn de sleutelwoorden. Als wonen en werken, winkelen, onderwijs en recreatie in dezelfde buurt gebeuren; als belangrijke voorzieningen duurzaam goed bereikbaar zijn (te voet, met de fiets, het openbaar vervoer) dan hebben we vanzelf veel minder (auto)verplaatsingen nodig.

We hebben dus behoefte aan minder autoverkeer en meer duurzaam verkeer. Hierin past een overkapping van de Boomsesteenweg, van de Kontichsesteenweg tot de Guido Gezellestraat. Daardoor valt een barrière weg en wordt de gemeente terug verenigd. Op die overkapping komen dan bomen en struiken die mee zorgen voor een leefbare en gezonde omgeving. Het behoort tot de taak van het nieuwe bestuur om hierop verder en zwaarder in te zetten.

2. Het STOP-principe, meer dan mooie woorden

Het STOP-principe –eerst stappers, dan trappers, dan openbaar vervoer en dan pas privéwagens) staat vandaag in zowat alle beleidsnota’s. Groen bepleit een heldere keuze voor voetgangers en fietsers.

  • Groen kiest voor leefkwaliteit als uitgangspunt, voor gebruiksruimte in plaats van verkeersruimte. Gewoon ‘verkeersveilig’, zonder belevingskwaliteit is en blijft voor ons onvoldoende.
  • Door kinderen en ouderen als uitgangspunt te nemen, gaat Groen uit van de meest kwetsbare weggebruikers. Wat op maat is voor kinderen, senioren, jonge ouders met kinderwagen, is tegelijk veiliger en aangenamer voor alle weggebruikers. We kiezen tegelijk voor integrale toegankelijkheid voor personen met een beperking.
  • Groen is voor een snelheidsregime op maat, uitgaande van het principe 020/305070. In de kern van onze wijken kiezen we voor autoluwe zones, bv. via het woonerfprincipe zone 20. We hebben al van zone 30 de regel gemaakt in alle woongebieden. Dit verhoogt sterk de veiligheid, maar vooral de leefbaarheid en het rustgevend karakter. 50 km/h werd de hoge uitzondering voor een beperkt aantal verbindingswegen binnen de bebouwde kom. We onderzoeken of we de 50 km/h op deze wegen ook kunnen terugbrengen naar 30 km/h. Als voorbeeld nemen we de Leugstraat en de van Ertbornstraat tot aan de de Borrekenslaan.
    70 km/h kan op drukke ontsluitingswegen buiten de bebouwd kom.
  • We opteren voor straten op mensenmaat.
  • Speelstraten zijn al langer een vertrouwd beeld. De voorbije jaren dook ook de  leefstraat op, die tijdelijk autovrij of autoluw worden gemaakt. Op die manier ontstaat ruimte voor groen, ontmoeting en samenleven.
  • Schoolstraten zijn volledig verkeersvrij bij het begin en het einde van de schooldag. In een fietsstraat mogen gemotoriseerde voertuigen fietsers niet inhalen. Ze moeten zich houden aan 30 km/h. Fietsstraten duiken meer en meer op, maar verdienen nog meer aandacht op drukke en belangrijke fietsroutes.
    Ook extra informatie en sensibilisatie rond het concept zijn nodig.
    Per en met een wijk kan een speelweefsel uitgewerkt worden, dat alle formele en informele (speel)plekken omvat, en de routes die deze plekken verbinden.
  • Groen wil verder investeren in een sterk netwerk van trage wegen; niet enkel recreatief, maar ook functioneel.
  • We zorgen voor kwalitatieve voetgangersinfrastructuur: voldoende breed, obstakelvrij, comfortabel met voldoende rustpunten.
  • Wie fietsers kwaliteit biedt, trekt hen ook aan. Voor kwalitatieve fietsinfrastructuur is het Vademecum Fietsvoorzieningen richtinggevend. Omdat het aantal fietsers nog zal stijgen, opteert Groen voor een maximale en toekomstgericht interpretatie. Kwalitatieve fietsenstallingen in het centrum, aan bushalten en op recreatiepunten zijn essentieel. Ook naar een koppeling met het openbaar vervoer. Bij de aanleg van fietsinfrastructuur houden we ook rekening met diverse fietstypes.
  • Kiezen voor een fietspad of voor gemengd verkeer? In de zone 30 is gemengd verkeer de norm, in zone 50 is een aanliggend fietspad noodzakelijk, in zone 70 een vrijliggend fietspad. Ook voor korte verplaatsingen zijn comfortabele en veilige fietsroutes essentieel. Voor grensoverschrijdende routes werken we samen met buurgemeenten.
  • Groen kiest standaard voor de meest fietsvriendelijke oplossing: het beperkt eenrichtingsverkeer raakt meer en meer ingeburgerd, maar ook rechtsaf door rood en algemene verkeerslichten maken fietsen sneller en aantrekkelijker.
  • Dankzij de elektrische fiets worden langere afstanden makkelijker overbrugbaar. De gemeente kan de financiële drempel verlagen door een samenaankoop te organiseren. We denken daarbij zowel aan de gewone elektrische fiets als aan de speed-pedelec.
  • In de stad hebben fietsdeelsystemen veel potentieel, maar ook in onze gemeente kunnen deel- of huurfietsen een goed alternatief bieden voor ‘de laatste kilometer’. We kunnen hiervoor samenwerken met ‘Blue Bike’ (dat ook samenwerkt met De Lijn), maar ook met bedrijventerreinen.
  • Groen ontmoedigt sluipverkeer door een goede categorisering van de wegen via ons goedgekeurd Mobiliteitsplan. Ook een consequente inrichting, afgestemd op de functie van de weg (verbinding, ontsluiting of erftoegang) speelt hierbij een rol. Hierbij denken we bv. aan de herinrichting van de della Faillelaan.
    Circulatieplannen en tonnagebeperkingen kunnen ingezet worden om hardnekkig sluipverkeer tegen te gaan. Landelijke wegen kunnen, net als in de Halfstraat, door aanleg van een tractorsluis of een neerklapbaar paaltje een veilige fietsweg worden.
    Vrachtverkeer wordt uit de woonstraten geweerd middels een tonnagebeperking. Ook kunnen leveringen en werfverkeer of huisvuilophaling op bepaalde tijdstippen (begin en einde schooltijd) geweerd worden.
  • Voor sommige verplaatsingen blijft de auto nuttig en ook nodig. Bv. voor ouderen die zich willen verplaatsen. Daarom zijn we voorstander van delend verkeer.    

  

3. Openbaar vervoer

De rechtstreekse invloed van de gemeente bij de ontwikkeling van het openbaar vervoer is beperkt. Toch heeft Aartselaar, in samenspraak met de buurgemeenten, heel wat mogelijkheden om het gebruik van het openbaar vervoer te bevorderen.

  • In het kader van de vervoersregio’s kan onze gemeente actief lobbyen. Reizigers kunnen dit met hun ervaring mee onderbouwen.
  • Om de stiptheid van het openbaar vervoer te bevorderen bepleiten we, als wegbeheerder of in samenspraak met het Agentschap Wegen en Verkeer, betere doorstromingsmaatregelen. We denken daarbij aan trams en bussen in eigen bedding, zo mogelijk met verkeerslichtenbeïnvloeding. 
  • Groen kijkt toe op comfortabele, voor iedereen toegankelijke haltes. Voor inwoners uit meer afgelegen plekken speelt de aanwezigheid van een deugdelijke fietsstalling daarbij een belangrijke rol.
  • Om het busgebruik te bevorderen bepleiten we de herinvoering van het derde betalersysteem met De Lijn. Doordat de gemeente een deel van de kosten op zich neemt, verlaagt de prijs van een rit, waarvan vooral jongeren kunnen genieten.

 

4. Autodelen

Autodelen boomt wereldwijd. Naast klassiekers als Cambio zien we heel wat andere, alternatieve systemen opduiken. De diversiteit ervan biedt ruimte voor een autodeelbeleid op maat en zorgt er tevens voor dat de concurrentie en de inventiviteit toenemen.

  • Onze gemeente kan ruimte bieden voor verschillende vormen van autodelen. Het klassieke model, met vaste staanplaats is misschien minder aangewezen, maar een systeem waarbij particulieren hun auto delen kan allicht meer kans maken.
  • Onze gemeente kan een actieve rol spelen om het autodelen te promoten, door informatie te verstrekken, aanbieders aan te spreken, standplaatsen te voorzien, of het ter beschikking stellen van auto’s uit het gemeentelijk wagenpark.

 

5. Parkeerbeleid

Een duurzaam parkeerbeleid vormt het sluitstuk van een duurzaam mobiliteitsbeleid. Publieke ruimte is te schaars om zomaar aan de auto op te offeren.

  • Een slim, betalend parkeerbeleid helpt het plaatstekort in het centrum te beheren. Dat gratis parkeren of grotere parkeercapaciteit nodig is voor de handelszaken, blijkt niet op te gaan.
  • Groen kiest voor gedeeld ruimtegebruik. De parking van een supermarkt kan ’s avonds gebruikt worden door bewoners. Autoparkeerplaatsen kunnen in de zomer tijdelijk plaats ruimen voor terrassen.
  • De belangrijkste parkeernorm is de fietsnorm. Een verplichting om bij nieuwbouw ook in meergezinswoningen goede stalplaatsen voor fietsen te voorzien, kan het fietsgebruik bevorderen.
  • Meer parkeerplaatsen creëren, met als argument dat je zo auto’s van de weg haalt, bestendigt de positie van de wagen. Hoe meer parkeergelegenheid, hoe meer auto’s en hoe groter de autodruk. In plaats van nieuwe bouwprojecten, dure ondergrondse parkeerplaatsen te creëren, is het beter die te schrappen en met de kostenbesparing een aanbod aan deelauto’s, deelfietsen, stimuli en begeleiding te voorzien. Daarnaast gaat onze voorkeur naar buurtparkings, om het parkeren uit de straten te weren.

 

6. Verkeersveiligheid

Een mobiliteitsbeleid dat inzet op leefkwaliteit en de zachte weggebruiker centraal plaatst, staat garant voor een grote verkeersveiligheid. Het is aan het bestuur hierop in te zetten.

  • Een consequent handhavingsbeleid
    Groen wil dat verkeersveiligheid een prioriteit in het veiligheidsplan van de politiezone wordt. Met daarbij aandacht voor de verkeersovertredingen die de veiligheid van fietsers en voetgangers het meest in gevaar brengen. Politie die zich te voet of met de fiets verplaatst, heeft meer inzicht in en begrip voor de positie van de zachte weggebruiker.
  • Een actief sensibilisatiebeleid
  • We maken van verkeersveiligheid de belangrijkste prioriteit bij de herinrichting van wegen (wegwerken van lokale ‘zwarte punten’), met speciale aandacht voor schoolomgevingen en andere plaatsen waar kinderen komen.
  • Als gemeente hebben we te maken met een van de gevaarlijkste gewestwegen, de A12 (o.a. onveilige fietspaden). Op initiatief van de gemeente kunnen er ‘kleine’ of ‘voorlopige’ veiligheidsmaatregelen worden genomen via de Provinciale Commissie voor de Verkeersveiligheid (PCV), die hiervoor een apart budget heeft.
  • Groen vraagt aandacht voor ‘vergevingsgezind’ ontwerp. Weggebruikers maken fouten. Ontwerp daarom wegen zo dat de kans op ongevallen en de gevolgen ervan minimaal zijn. Bomen langs de weg zijn vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid geen bezwaar; integendeel, ze werken snelheidsmatigend en kunnen fiets- en voetpaden afschermen.
  • Bij werkzaamheden wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met zachte weggebruikers en openbaar vervoer. We besteden hier dus extra aandacht aan als gemeente; niet enkel in lastenboeken, maar ook bij de dagelijkse opvolging op het terrein.
  • Dit alles reikt oplossingen aan op verschillende terreinen: aantrekkelijke publieke ruimten met voldoende groen voor fietsers, voetgangers en recreanten; voldoeende rust-, speel- en wandelplaatsen; een veilig en goed uitgebouwd fietsnetwerk; openbaar vervoer met aandacht voor stiptheid, frequentie en doorstroming. Voor sommige verplaatsingen kan een deelwagen de oplossing bieden.

 

 

Terug naar het overzicht

Financiën en fiscaliteit

Financiën en fiscaliteit

Het financieel beleid en de bijhorende fiscaliteit vormen geen doel op zich. Ze zijn een middel om de gemeentelijke werking mogelijk te maken. Een nauwgezet financieel beheer is belangrijk, om de beschikbare middelen zo goed mogelijk in te zetten. Groen pleit daarom voor een efficiënt bestuur.

Groen kijkt verder dan de begrotingscijfers. We hebben ook oog voor de waarde van gemeente-eigendommen, de kwaliteit van de bestaande infrastructuur, de netto actuele waarde van investeringen die zichzelf terugverdienen, zoals energie-efficiëntie. Ook culturele activiteiten die mensen verbinden, of een OCMW dat successen boekt in het herlanceren van mensen, tellen mee.

De financiële rapportage moet klaar en begrijpelijk zijn.

  • Elke inwoner mag weten waarvoor de gemeente de belastingsgelden inzet. We zoeken naar mogelijk medezeggenschap over budgetbesteding door middel van wijkbudgetten.
  • Elk raadslid krijgt een heldere kijk op de inzet van de middelen, de inkomsten en de uitgaven; het beheer van reserves en schulden; de correcte toepassing van de regelgeving en het risicobeheer.
  • Het schepencollege ontvangt als dagelijks bestuur permanent een overzicht van kasposities, vastgelegde uitgaven en beschikbare gelden.
  • De diensthoofden of projectverantwoordelijken hebben een accuraat zicht op hun budgetonderdeel.

De financiële rapportering moet bevattelijk zijn voor elk raadslid. De financiële controle is de bevoegdheid van de financieel beheerder. Het is voor elk raadslid duidelijk welke controlemethodes worden toegepast en minstens één keer per jaar wordt hierover gerapporteerd aan de raad.

 

Belastingen moeten rechtvaardig, billijk, democratisch, efficiënt en stimulerend zijn.

De aanvullende personenbelasting (APB) belast mensen op hun belastbaar inkomen. Groen is geen voorstander om de belasting op arbeid te verhogen.

De opcentiemen onroerende voorheffing (OOV) belasten het onroerend vermogen (gronden en gebouwen) binnen het gemeentelijk grondgebied. De OOV zijn een vermogensbelasting, wat Groen verkiest boven een extra belasting op arbeid.

Belastingen die niet sturend zijn, maar enkel dienen om de gemeentelijke werking te financieren, wil Groen afstemmen op de financiële draagkracht van de inwoners. Forfaitaire belastingen willen we afschaffen, omdat ze voor armen een reële last betekenen en voor rijken slechts een habbekrats.

Sturende belastingen en retributies passen we niet aan naar de draagkracht, omdat ze anders hun sturend effect missen. We voeren wel een flankerend beleid naar maatschappelijk kwetsbare groepen, om die mensen te ondersteunen.

Groen vindt het logisch dat wie de samenleving of het milieu belast op zijn beurt door de samenleving wordt belast. Bv. via een belasting op het verspreiden van reclamedrukwerk, op lichtreclames, op private zwembaden, op leegstand en verkrotting. Maar ook via een belasting op onbebouwde kavels en tweede verblijven; een belasting op pylonen en op drijfkracht.

Retributies zijn vergoedingen die de gemeente aanrekent voor geleverde diensten. Diensten die een inwoner niet kan vermijden, of die overheid hem oplegt, kunnen volgens Groen niet onderhevig zijn aan een retributie. Zo vinden we een retributie op het afleveren van een identiteitskaart, of een lokaal registratierecht voor erkende vluchtelingen onaanvaardbaar.

De belastingen of retributies die positief gedrag stimuleren of negatief gedrag ontmoedigen mogen geen sluikse aanvulling worden van de algemene middelen. Middelen die op deze manier worden geïnd wil Groen inzetten om positief gedrag te belonen met bv. een premie voor energiebesparende maatregelen en CO²-reductie.

We introduceerden ook een gemeentelijke administratieve beloning van € 250 voor een vereniging die positief bijdraagt tot een beter leefmilieu.

Twee manieren om de aanvullende personenbelasting te ontwijken, kunnen door de gemeente ontmoedigd of gecompenseerd worden:

  • Wie meerdere woningen bezit, kan zich domiciliëren in de gemeente met het voordeligste belastingtarief.
  • Personen met een hoog inkomen richten vaak een managementsvennootschap op, om hun inkomsten te ontvangen. In het reglement voor de algemene bedrijfsbelastingen zitten deze vennootschappen vervat, wat de negatieve effecten van het toenemende aantal ervan op de inkomsten van de gemeente deels compenseert.

 

Door de integratie van de toegewezen middelen voor jeugd, cultuur en sport in de algemene middelen, riskeert deze sectorfinanciering geluidloos te verminderen. Door de inkanteling van het OCMW in de gemeente kan dit ook met de welzijnsbudgetten het geval zijn. Groen wil dat de gemeenteraad haar prioritaire deelbudgetten bepaalt en nadien (via de beheer- en beleidscyclus) ook de budgettering en de benutting van de middelen opvolgt.

 

Duurzame investeringen en eerlijke handel

Groen staat voor een correcte overheid met een uitgavenbeleid volgens de regels van de kunst, met een periodieke markttoetsing van langlopende contracten, een zorgvuldige afweging tussen aankoop of huur, vormen van samenaankoop, het delen van zwaar en/of duur materiaal met buurgemeenten.

In aankoopbestekken wenst  Groen rekening te houden met de kost over de totale levensduur, dus niet enkel met de aankoopkost. Groen wil dat kleinere, lokale bedrijven gemakkelijker een offerte kunnen plaatsen.

Marktverkenning gaat voor Groen ook verder dan het zoeken naar de laagste prijs. Ook duurzaamheid en eerlijke handel, het beantwoorden aan een circulaire en korte keteneconomie spelen een rol.

 

Ethisch beleggen structureel invoeren

Groen wil het vermogen van de gemeente beheren als een goede huisvader, met een hoog ethisch besef. Soms moet de gemeente geldmiddelen plaatsen. Meestal gaat het om korte termijnoverschotten en pensioenreserves. Als ze dit doet dan kiest ze steeds voor veilige, ethische en duurzame vormen van sparen en beleggen. De gemeente ontwikkelt een actief beleid van maatschappelijk verantwoord middelenbeheer, waarvan een ethisch financieel beleid deel uitmaakt. Ook de keuze van banken vereist de nodige aandacht.

 

Terug naar het overzicht

fusie

Fusie

Sinds enkele jaren is er opnieuw sprake van fusies tussen gemeenten. Een fusie wordt gewoonlijk louter vanuit financieel oogpunt benaderd. De redenering is dat grotere gehelen efficiënter werken vanwege de schaalvoordelen. Dat moet nog bewezen worden!!

Groen vindt dat fusies tussen gemeenten best op vrijwillige basis onderhandeld worden. Het uitgangspunt moet de kwaliteit van de dienstverlening aan de bevolking zijn. Het financiële is hieraan duidelijk ondergeschikt.

  • Een fusie met Antwerpen kan niet.
  • Onze gemeente moet beter samenwerken met andere gemeenten en dure toestellen en apparaten en aanbestedingen (zoals hoogtewerkers, bestelwagens... ) veelvuldiger uitwisselen. Zo slagen we er in om de kost van aankoop en onderhoud te delen.
  • Ontwikkelingen in de informatica gaan razend snel. Kleinere gemeenten kunnen het moeilijker krijgen om de evolutie bij te benen. Ook hier kunnen de gemeenten beter samenwerken en gezamelijk personeel aanwerven die dus bij de verschillende gemeenten op part time basis zullen werken (GIS medewerkers, specialisten omgevingsloket, helpdesk medewerkers)

 

Terug naar het overzicht